Wednesday, December 23, 2009

Kerstmis

Fijne feestdagen vanuit Belo Horizonte!


Praça de Liberdade: kerst-palmbomen.

Edifício Niemeyer

Kerstman-pop: pluche kleren met 32 graden en zon




Wednesday, December 16, 2009

Vakantie / Férias

Als expat besteed ik veel van mijn vakantiedagen aan reizen naar Nederland. Het is een wonderlijk soort vakantie, want je gaat op reis naar de plek die je het best kent van de hele wereld. Het schema is ondertussen een routine: na een transatlantische marathon filmkijken onder het genot van wijn, volgt een verblijf in logeerkamertjes verspreid door Nederland.

Deze oktober was ik in Nederland voor het huwelijk van mijn broer, en hij had geluk met het weer: als de Nederlandse herfst in vol ornaat is, dan verkleuren de boombladeren geel, rood en bruin, terwijl de laagstaande zon het tafereel overgiet met een warm botergeel licht. Op minder gelukkige momenten laat het wolkendek slechts een flets daglicht door, en dan is de herfst de voorbode van de winter, het seizoen van korte en donkere dagen.

Hier in Brazilië is december ook grijs, maar vooral vanwege de tropische regens die volgen op een plakkerig warme dag. Ondanks de potsierlijke Kerst-decoraties -sneeuwpoppen (plastic), kerstkransen (nep) en sneeuw (watten)- mis ik de winter niet.

Ik ben niet goed in winters. Ik had knallende ruzie met mijn promotor in november '98, en wisselde van onderwerp en professor. Oncontroleerbare huilbuien op wintersport in december 1999. Ik verliet in stilte huilend een feestje van mijn orkest, in december 2001. Ik besloot te stoppen met mijn baan in januari 2005. Ik maakte het uit met mijn vriendinnetje in januari 2007. Het patroon was ondertussen wel duidelijk.

Het was een van de overtuigendste argumenten om naar een land dichter bij de evenaar te verhuizen.

Andere argumenten worden achteraf pas duidelijk. Met zo'n 30 jaren ben je bijna op de helft van je leven, en dan slaat de twijfel toe. Wat heb ik bereikt, en waar gaat het naar toe? Om je heen zie je vrienden die wel levenspartners, banen, auto's, huizen, baby's, verre reizen en carrières hebben. De hazensprong naar een ander land is een ontsnappingsroute, weg van vergelijkingsmateriaal, en vol met prangendere kwesties omtrent inburgering. Het houdt je zogezegd een paar jaar bezig.

Behalve mijn broer in Nederland, heb ik in oktober ook oude monumenten in Syrië bezocht. Het was een vakantie in mijn eentje in een land met weinig aanspraak, en dus met veel tijd om stil te staan bij de afgelopen jaren. Ik spreek Portugees, ik heb een goede baan bij een multinational, een huis (nouja, een gehuurd appartement), een carrière, en maak verre reizen, hoofdzakelijk naar Nederland, maar nu het nieuwe leven ingedaald is blijft de vraag waar het in godsnaam naar toe gaat. Als je je verloren voelt is emigreren geen oplossing maar uitstel.

In Brazilië is psychotherapie een mode voor de midden- en hogere sociaal-economische klasse; nooit eerder heb ik zoveel mensen (vooral vrouwen) gekend die therapeuten frequenteren. Voor enkele daglonen van een schoonmaakster luistert een meneer of mevrouw een uurtje naar je beslommeringen, deconstrueert ze, en geeft commentaar, hopelijk onafhankelijk. Bedrijfshalve ontkom ik ook niet aan iets dergelijks: behalve gratis lunch en bedrijfs-tshirts, biedt Google ook eens per jaar een evaluatieproces aan, waar je collega's hun loftrompet mogen steken of hun gal kunnen spuwen. Een soort therapie, maar verplicht en eerlijker, want ik betaal niet, en mijn mede-werkers kennen me buiten mijn eigen verhalen om.

Dit jaar kreeg ik het commentaar van een bevriende collega dat ik dingen wel erg serieus nam; dat ik zoveel moest van mezelf; dat mensen om me heen daar zenuwachtig van worden; dat ik, misschien, dat in mijn persoonlijke leven ook deed.

Tja.

Daar sloeg hij de spijker op zijn kop. Jammer dat de feedback net kwam de dag nadat ik een nogal serieus ingesteld epistel de oceaan had overgestraald naar een stukje van mijn persoonlijke leven. Niettemin, een man met een missie mag zo'n misser niet te serieus nemen. Ik ben namelijk op een missie, een nieuwe, op leven-en-dood: Dingen Niet Meer Serieus Nemen. Ik ben op vakantie, maar niet van mijn werk. Vanaf vandaag ben ik op vakantie van mezelf.


Férias
Eu, como expat gasto a maior parte das minhas férias viajando para minha pátria. São viagens estranhas, porque são para o lugar que mais conheço do mundo inteiro. O esquema já virou rotina: depois de uma maratona transatlântica de assistir filmes enquanto saboreio um vinhozinho, segue uma estadia em quartinhos de hospedes espalhados pela Holanda inteira.

O outobro passado, eu fui para o casamento do meu irmão. Ele teve sorte com o tempo. Quando o outono está em pleno vigor, as folhas das arvores se descolorem em amarelo, vermelho e marrom, enquanto o sol baixo molha a cena com uma luz morna cor de manteiga. Em momentos de menos sorte, só uma luz pálida consegue passar o cobertor de nuvens, e assim o outono é o prenúncio do inverno, a estação de dias curtos e escuros.

Aqui no Brasil, o mês de dezembro também é cinza, mas sobretudo por causa das chuvas tropicais que seguem os dias de calor melado. Apesar das decorações de natal risíveis -bonecas de neve (plástico), guirlandas de Natal (falsas) e neve (algodão)- não sinto falta do inverno holandês.

Não me dou bem com invernos. Eu briguei feio com meu orientador do doutorado depois trocando de assunto e orientador em novembro 1998. Chorava sem parar, nas férias de esqui em dezembro 1999. Eu sai chorando em silêncio de uma festinha da orquestra em dezembro 2001. Decidi pedir demissão em janeiro 2005.Terminei com a minha namorada em janeiro 2007. O padrão ficou óbvio.

Era um dos argumentos mais convincentes para me mudar a um país mais próximo do equador.

Outros argumentos só ficam claros depois. Com uns 30 anos de idade, a metade da vida está chegando, e aí a duvida bate. O que eu consegui e aonde eu vou? Em volta vê-se amigos que têm sim parceiras, carros, casas, nenés, viagens distantes e empregos e carreiras para pagar todo isto. O pulo no abismo para um outro país é uma saída de emergência, longe desse material de comparação e cheio de questões mais urgentes sobre se acostumar com a vida nova. Emigrar te deixa ocupado por um tempinho.

Fora visitar meu irmão, eu fui visitar monumentos antigos na Síria. Era um passeio sozinho em um país com poucos interlocutores, então tinha muito tempo para refletir sobre os anos passados. Eu falo português, tenho um emprego ótimo numa empresa legal, uma casa (bom, um apartamento e é alugado), uma carreira e faço viagens distantes (principalmente para a Holanda). Agora que eu cai na minha vida nova, a duvida fica onde, pelo amor de deus, eu estou indo. Para quem se sente perdido, emigrar não é uma soluçao, mas é adiamento.

No brasil, psicoterapia está na moda na classe média e alta. Nunca eu conheci tanta gente (principalmente mulheres) que frequentam terapeutas. Por dois ou três diários de faxineira, um senhor ou senhora ouve as suas preocupações por uma hora, as desconstrui e dá um conselho esperançosamente independente. Em função do meu emprego, eu ganho algo parecido também: fora o almoço diário e as camisetas de graça, a Google oferece um processo de avaliação uma vez por ano, no qual seus colegas te colocam num pedestal ou te derrubam de lá. Uma forma de terapia, mas obrigatória e mais honesta, pois eu não pago, e meus colegas me conhecem além do que eu conto. Esse ano, recebi o feedback de um colega que é amigo também, que eu levava as coisas muito a sério; que me exigia tanto dos meus projetos e de mim mesmo; que isso deixava as pessoas em volta de mim nervosas; que, talvez, eu fizesse isso na vida pessoal também.

Hum.

Ele acertou em cheio. Uma pena que o feedback veio um dia depois que eu transmiti uma missiva bastante sério através do mar para uma parte da minha vida pessoal. Entretanto um homem numa missão não pode levar um equívoco desse a sério demais. Pois estou numa nova missão na vida, uma missão de vida-ou-morte: Não Levar As Coisas A Sério Mais. Estou de férias, mas não do trabalho. Desde agora, eu estou de férias de mim.

(obrigado à Juliana por ser editora)

Wednesday, November 25, 2009

Souvenir

Ze wilde wat van mij houden
mijn onderlip, een hap
uit mijn schouder
de punt van mijn neus

Ik mocht ruilen;
haar rechterborst, of
de geur van de huid
naast haar oor

Uiteindelijk kozen
we stukken van ons hart
om de herinnering
in te bewaren.




Ela quis guardar algo de mim
o lábio inferior, um pedaço
mordido do ombro
a ponta do nariz

Me deixou trocar;
o seio direito, ou
o cheiro da pele
perto da orelha.

No fim, escolhemos
pedaços do nosso coração
para guardar
a saudade

Just singin' in the rain

Gearmd onder een
kleine paraplu;
de regen is al gestopt

Abraçados num
pequeno guarda-chuva;
chuva que parou.


Monday, September 28, 2009

Laziness / Preguiça

Ample make this bed.
Make this bed with awe;
In it wait till judgment break
Excellent and fair.

Be its mattress straight,
Be its pillow round;
Let no sunrise' yellow noise
Interrupt this ground.

(Emily Dickinson)


Faça ampla essa cama.
Com temor a faça;
Espere nela o juízo chegar
Excelente e claro.

Seja reto o colchão,
Seja redondo o travesseiro;
Que o ruído dourado do sol nascendo
Nunca perturbe este chão.

(obrigado a Juliana e Felipe)

Monday, September 14, 2009

Ficar

(português em baixo)

Een van de geneugten van wonen in Belo Horizonte is dat het op een steenworp (35 minuten vliegen) van Rio de Janeiro ligt, een wereldstad, en soms gaan mijn vrienden naar wereldsteden, zoals in een recent weekend.

In de bus naar het vliegveld van Belo kom ik G. tegen. Een jaar geleden was ik gedurende een maand met haar. We begroeten elkaar ("alles goed?"), en ik ga naast haar zitten ("alles goed bij Google?"). Met moeite diep ik de naam van haar dochtertje op uit mijn geheugen ("Hoe gaat het met (...) ?"). Zij ("Oh, prachtig als altijd") haalt ondertussen een iPod shuffle uit haar handtasje, stopt de foontjes in haar oren, en zet zonder verder commentaar haar muziek aan. Ik ben licht ontsteld, maar na 2 jaar buitenland doe ik routineus of mijn neus bloedt. Terwijl ze meeneuriet met haar muziek, constateer ik dat ze nog steeds niet zuiver zingt.

In dit geval ging ik naar Rio om een klasgenootje van vroeger op te zoeken, Marijke. Toen ik 14 was, was zij was mijn stiekeme verliefdheid. Toevalligerwijs zijn we elkaar daarna weer tegen het lijf gelopen: ik deed mijn doctoraat in haar stad. Inmiddels is ze na veel omzwervingen (6 jaar Verenigde Staten), neergestreken in Nederland. Samen konden we ervaringen uitwisselen over in andere culturen overleven. Doen alsof je neus bloedt blijkt een universele strategie.

Een van onze onderwerpen waren romantische mores in de Nieuwe Wereld. Zij -vriendje in Nederland- beleefde die van wat meer afstand dan ik. Niettemin zagen we patronen. In Nederland is het normaal met iemand af te spreken zonder amoureuze intenties. Zelfs wanneer de intenties er wel zijn, is het gebruikelijker iemand eerst te leren kennen voor de lichamelijke genegenheden ingeluid worden.

In Brazilie hebben we het begrip "ficar." "Ficar" heeft in het Nederlands geen exacte vertaling. Letterlijk betekent het "blijven" (in plaats of in tijd), maar in overdrachtelijke zin ook minnekozen ("blijven met"). Het is een amoureus samenzijn, zonder beloftes, bij voorkeur met iemand die je nog niet kent. In tijd kan het alles tussen een avond en 2 maanden bestrijken, en inhoudelijk behoort voorbij de minimum voorwaarde (tongzoen) alles tot de mogelijkheden: samen uitgaan, weekendjes weg, voorstellen aan familie en respectievelijke vrienden. Hoewel het in principe zonder beloftes van trouw komt, is het temporeel exclusief. Je mag in elk geval niet in het zicht met anderen flirten, en in conversaties dien je te fingeren dat betreffend lid van de voorkeurssexe de enige op de wereld is die voor jou bestaat. Binnen deze beleefdheidsnormen is het een geaccepteerde vorm van samenzijn, en "hebben jullie verkering of zijn jullie ficando" is dan een ook normale, zij het wat directe, vraag.

Een argument voor "ficar" als opmaat voor een langduriger relatie is dat je het best er zo snel mogelijk achter komt of iemand goed is in bed. Mocht dat niet zo zijn, heb je in elk geval geen twee weken verspild met sms-jes in romantisch Frans vertalen, afrodisische kaarslicht-etentjes bereiden en het ontzetten van de keuken de volgende ochtend.

Soms, heel soms, wordt je geslagen met verliefdheid, die heerlijke blindheid voor het feit dat de ander niet is wie je hoopt dat ze is. Meestal zie je het juist wel, en probeer je te beredeneren waarom je moet doorgaan, met de hoop dat een doldwaze verliefdheid eventueel later nog komt. Hoopvol observeren dat ze net zo intelligent, lomp of verknipt is als ikzelf. Het mag niet baten. Het is me inmiddels pijnlijk duidelijk dat je het einde van verliefdheid niet kan afdwingen. Waarom zou het begin dan te beredeneren zijn?

Soms zijn er duidelijke signalen dat iemand het niet is. Ontdekken dat iemand Paulo Coelho een inspirerende schrijver vindt, de commerciële zondags-TV verheffend, of stofzuiger-zoenen lekker. Soms zijn er subtielere signalen, bijvoorbeeld dat je na het afscheid van een aangenaam samenzijn de ander niet mist, of de stem achter in je hoofd die zich afvraagt: "waarom doe ik dit?", meestal een paar seconden nadat je klaarkomt.

Met een schromelijk gebrek aan ervaring en het Nederlandse beeld van hoe relaties zich ontwikkelen (iemand eerst leren kennen, daarna leuk vinden, daarna verkering) heb ik kennisgemaakt met "ficar". De belangrijkste les was dat twijfels over iemand als lange-termijn partner geen goed onderwerp is voor een discussie. Een gesprek over wat je niet voelt, gaat al gauw over waarom je iets niet voelt, en vandaar verder bergafwaarts

Voor even is gezelschap, in al haar imperfectie, te verkiezen boven alleen zijn: elk beetje liefde is gezond. Je kan met iemand zijn uit lust, nieuwsgierigheid, of om je eigen leven te vergeten. Een vluchtig contact is te rekken als je voorzichtig bent nergens voor te kiezen en je nergens over uitspreekt. Soms hou ik het langer dan een maand vol, maar het einde blijft onvermijdelijk. Van wat begint uit lust, nieuwsgierigheid of vlucht is bij het bekoelen van de hormonen bedroevend weinig over: leegte. Bij het beeindigingsgesprek -een discussie met alleen verliezers- kan je je gezamenlijk voornemen "laten we vrienden zijn". Een mooi maar naïef voornemen. Vrienden zijn is moeiteloos. Ik heb naaste vrienden met wie ik na jaren stilte in minuten opnieuw een band heb. Vrienden worden daarentegen kost inspanning, en lukt slechts als beide levens raakvlakken hebben en met voldoende tijd samen.

Misschien klink ik puberaal of onervaren. Dat kan kloppen. Wat mijn vrienden jaren geleden al scharrelend doormaakten voordat ze beminden, trouwden en baarden ben ik nu aan het inhalen. De vergeefse pogingen om eerder in dit struweel mee draaien hebben gelukkig diverse anekdotes opgeleverd, waarmee ik hopelijk enige vermakelijke blogposts kan vullen.

Wordt vervolgd.


Ficar

Um dos prazeres de morar em Belo Horizonte, é que fica pertinho do Rio de Janeiro, uma metrópole internacional, e às vezes meus amigos viajam para metrópoles assim, como num fim de semana recente.

No ônibus para o aeroporto de Belo encontro a G. Há um ano, ficávamos juntos por um mês. A gente se cumprimenta ("tudo bem?") e me sento ao lado dela ("tudo bem lá na Google?"). Com dificuldade consigo desenterrar no meu cérebro o nome da filhinha dela ("Como vai com (...) ?"). Enquanto isso ela ("Ah, ela continua linda como sempre") tira um iPod shuffle da bolsa, enfia os headphones no ouvido, e liga a música sem comentário. Eu, levemente assustado, finjo com rotina que nada aconteceu. Enquanto ela cantarola ouvindo a sua música eu constato que ela continua cantando sem afinação.

No caso, eu ia encontrar uma coleguinha de escola no Rio, a Marijke. Quando eu tinha 14 anos, ela era a minha paixonite secreta. Por coincidência, a gente se encontrou de novo depois: eu fiz dotourado na cidade dela. Depois de muitos andanças (6 anos nos EUA) ela pousou na Holanda de novo. Juntos, trocamos experiências de sobreviver em culturas diferentes. Fingir que nada está acontecendo se mostra uma estratégia universal.

Um dos assuntos eram os costumes românticos do Mundo Novo. Ela -namorado na Holanda- passou por isso a uma distância maior. Todavia, víamos padrões. Na Holanda, é comum sair com alguém sem intenções amorosas. Mesmo que existam, costuma se conhecer a pessoa antes de iniciar os carinhos corporais.

No Brasil, existe o conceito de "ficar". Não existe uma tradução boa pra "ficar." Literalmente significa permanecer, em tempo ou local, mas no sentido figurativo é um estar juntos amoroso, sem compromisso, de preferência com alguem que acabou de conhecer. No tempo, pode cobrir tudo entre uma noite e dois meses. No conteúdo, tudo é possível além da exigência mínima (beijar na boca): sair, passear fins de semanas, apresentar para família e amigos respectivos. Embora esteja sem compromisso de fidelidade, é exclusivo no domínio de tempo. Não é permitido paquerar visivelmente com outras, e em conversas tem de fingir que o par é o unico membro do sexo preferido que existe no mundo pra você. Dentro dessas normas de educação, ficar é uma forma socialmente aceita de estar juntos, e a pergunta "vocês estão namorando ou ficando?" é uma pergunta normal mesmo que seja um pouquinho direta.

Um argumento pra "ficar" como anacruse de um relacionamento mais duradouro é que é melhor descobrir o mais rápido possível se alguém é bom de cama. Assim você não perde duas semanas traduzindo mensagens SMS num francês sedutor, preparando jantares à luz-de-velas afrodisíacos, ou lutar contra a bargunça na cozinha no dia seguinte.

Às vezes, pouquíssimas vezes, a paixão te atinge, essa cegueira deliciosa para o fato de que a outra pessoa não é como você espera que seja. Geralmente, a gente vê, e tenta raciocinar por que tem que continuar, na esperança de que a paixão louca virá depois. Observar cheio de esperança que ela parece tão inteligente, grossa ou maluca quanto eu. Não adianta. Percebi, com dor, que não tem como convencer-se mesmo do fim de uma paixão. Porque seria possível então raciocinar sobre o início?

Às vezes tem sinais óbvios de que não vai funcionar. Descobrir que ela acha Paulo Coelho um escritor inspirador, o Domingão de Faustão culturalmente edificante, ou o beijo estilo aspirador-de-pó gostoso. Às vezes os sinais são mais sutis, por exempo, a falta de saudade depois de se despedir, ou a voz lá atrás na cabeça perguntando: "porque eu faço isso?", geralmente uns segundos depois de gozar.

Com uma grande falta de experiência e a imagem holandesa de como os relacionamentos se desenvolvem (primeiro conhecer alguém, depois gostar dela, depois namorar) eu entrei no mundo de "ficar". A aula mais importante do início era que dúvidas sobre alguém como parceira de longo prazo não é um assunto legal para uma discussão de relacionamento. A conversa sobre o que você não sente, logo vira a conversa sobre o porquê que você não sente algo, e daí só piora.

Por um tempinho, qualquer companhia, em plena imperfeição, é preferível a estar sozinho: qualquer amor já é um poquinho de saúde. Pode ficar com alguém por luxúria, curiosidade ou para escapar da própria vida. É possível esticar um contato breve: é só ficar esperto de não escolher e não julgar. Às vezes consigo segurar mais que um mês, mas o fim é inevitável. Do que começa em luxúria, curiosidade ou fuga sobra lamentavelmente pouco com o esfriar dos hormônios: um sentimento de vácuo. Na conversa de terminar -uma discussão que só tem perdedores- pode-se resolver em conjunto "vamos ser amigos". Uma intenção linda mas ingênua. Ser amigos -manter uma amizade- não precisa esforço. Tenho amigos proxíssimos com quem eu consigo criar um vínculo em minutos depois de anos de silêncio. Tornar-se amigos ao contrário isso precisa de esforço, e só é possível quando as duas vidas se tocam e têm tempo suficiente juntas.

Talvez eu pareça adolescente ou sem experiência. Pode ser. Eu estou compensando tudo o que meus amigos fizeram anos atrás antes deles namorarem, casarem e parirem. Felizmente, as tentativas em vão de entrar nessa confusão renderam vários casos, com os quais eu espero encher uns posts divertidos.

A ser continuado.

graças a Elen e Ursula por ser editoras

Thursday, August 13, 2009

Zen de Kunst van Chorinho spelen/Zen e a Arte de tocar Chorinho


Zen de Kunst van Chorinho spelen
(português em baixo)

Elke dinsdag verlaat ik tegen twaalven mijn apartement voor de dagelijkse pelgrimstocht van 300m naar mijn werk, wandelend in een aangenaam zonnetje. Mijn werkster wenst me steevast toe "Vai com Deus" (ga met god). De achterkant van vrachtwagens hier meldt niet de maximumsnelheid, maar proclameert: Jesus é fiel (Jezus is trouw). Op iedere straathoek zijn er evangelische kerken die schreeuwend, swingend of glitterend zieltjes proberen te winnen. Brazilië is een religieus land.

Vroeger mocht ik, in tegenstelling tot klasgenootjes, bijna alles zien op TV: soap-series, serieuze films, thrillers. Bij gewaagde scenes (bruut geweld, sex) censureerde mijn moeder door mijn ogen te bedekken. Voor deze liberale houding was een uitzondering: telkens als er een EO-programma op kwam, zette mijn vader resoluut de TV uit, ons categorisch verbiedend welk EO-programma dan ook te kijken. Niet zonder reden, want de blonde EO-presentatoren die met kleffe stem nietsvermoedende kinderen besprongen met Jezus en God hadden het meest weg van kinderlokkers.

Zo groeide ik op tot atheïst, zonder noemenswaardige levensbeschouwing, met het idee dat God een verboden zonde was.

Het was zomer 2000, en ik deed mee aan een cursus Jazz in Toscane. Met mijn hoorn was ik een interessante variatie op de geëikte horde van saxofoon-, trompet- en gitaarspelers. De cursus vond plaats een in een 16e-eeuwse Toscaanse boerderij, waar al eeuwen iedere avond de houtwormen een dunne sluier van zaagsel uit plafond lieten neerdwalen. Na twee dagen sloeg een gemene griep toe. De boerderij werd ook aan spiritueler ingestelde gasten verhuurd, en zodoende was de enige afleiding een forse stapel van de Tricycle, een Amerikaanse tijdschrift over boeddhistische onderwerpen. In de rust van het ziekbed tussen de Toscaanse heuvels raakten de artikelen onvermoede snaren, en weer terug in Nederland, schreef ik me in voor een cursus bij Zen onder de Dom, een groep Zen-beoefenaars in Utrecht.

Zen treedt, samen met Fong-Shui, in de glossy tijdschriften aan als filosofie om je eetkamer in te richten. In werkelijkheid is het een variant van boeddhisme, een levensbeschouwing die mensen tracht te bevrijden van het lijden dat inherent is aan het leven. Dat klinkt mooi en verheffend, maar de werkelijk is laag-bij-de-grondser. Letterlijk, want Zen is Japans voor het Chinese Ch'an, "concentratie". De praktijk van Zen-training is op de grond zitten en mediteren: iedere dag weer met gevouwen knieën op een kussentje je concentreren op je ademhaling. Tijdens die minuten valt je coherente perceptie van de wereld, geluiden, en gedachten uitelkaar tot losse gebeurtenissen in eindeloos voortstromen van de tijd.

Je wordt er heel kalm en vastbesloten van, maar het heet niet voor niets training. Het doet ook verdomde zeer. Van 40 minuten stilzitten krijg je slapende voeten, uitgerekte beenspieren en zere knieën. Tegen het einde van de 40 minuten is concentreren op ademhaling de enige manier om de pijn te harden. Mijn lichaam is niet gemaakt voor de stilzitten.

Boeddhisme is een levensbeschouwing die lijden traceert tot een simpele waarheid: lijden wordt veroorzaakt door begeerte, dus om er vanaf te komen moet je onthechten van je begeertes. Het is een levensfilosofie die geen beroep doet op grijze vaders die in de wolken wonen of naakte mannen die eindigen aan martelwerktuigen, maar oorzaak van de menselijke conditie logisch analyseert. Ik was op slag verliefd, en werd bevangen door een evangelische drang mijn kennissen en vrienden te laten delen in de blijde boodschap, dit ongetwijfeld tot hun frustratie.

Het einde van lijden is een verraderlijk idee. Het is niet een spirituele morfine die iedere scherpe rand van het bestaan afrondt. De scherpe randen horen bij het leven: tegen een kind dat tranen met tuiten huilt om haar gestorven lievelingskonijntje, zeg je niet "Ach, je hebt je teveel gehecht." Het konijntje moet terug, en wel direct. Stampvoetend dat intense verdriet doormaken, dat is Zen.

Een element van Zen is de Koan, een paradoxale puzzel, waar je onder begeleiding van de meester je hoofd over kan breken. Letterlijk, want Koans hebben geen rationele oplossing, en de bedoeling is juist te breken met de neiging levenskwesties rationeel te benaderen alsof je ze los van jezelf zou kunnen zien. Een beroemde Koan is: "Je kent het geluid van twee handen die klappen. Wat is het geluid van één hand die klapt?"

Alle belangrijke kwesties -leven, liefde, dood- zijn Koans: je hebt over niets zekerheid, en uiteindelijk kan je alleen je hart volgen, hoe moeilijk dat ook kan zijn.

Mijn persoonlijke Koan toentertijd was een meisje dat ik zo onbegrijpelijk leuk vond, dat het onmogelijk was te accepteren dat ze mij niet wilde. Het was een dagelijkse strijd in mijn hoofd tussen het herleven van gevoelens die nooit eerder iemand bij me had losgemaakt, en stoppen met voeden van die gevoelens omdat ze nergens toe zouden leiden. Dat het geluk zich bevindt op twee verschillende plekken, allebei ver weg van waar je staat.

Religie beantwoordt zulke vragen niet, maar slaat de onderliggende fundamentele twijfels weg. Uit het niets ervaar je je op een dag temidden van de strijd bevrijd: je bent al volledig geaccepteerd, inclusief alle tegenstrijdige, contraproductieve en domweg idiote ideeen die je ook mag hebben. Je bent 100% jezelf zelfs op de momenten dat je wanhopig iemand anders probeert te zijn.

Zo'n verlichtingservaring -voorzover het die naam waard is- is mooi, maar je schiet er weinig mee op. Gelukkig had het meisje in kwestie een praktischere instelling, en was ze onsterfelijk direct. Ze stelde me op een strikt rantsoen van 1 ontmoeting per 2 maanden om onze vriendschap in stand te houden, zonder ruimte te laten voor misverstanden. Ze woonde ver weg, en dit was voor de tijd van Hyves, Twitter en Facebook, dus het was makkelijk mijn verliefdheid in een half jaar gecontroleerd te laten uitbranden.

Ik bestuur mijn leven volgens de principes van bang-bang control. Bang-bang control is een besturingsstrategie voor systemen, waarbij alleen de uiterste standen van regelaar worden gebruikt. Autorijden met alleen òf plankgas, òf vol op de rem. Hollen of stilstaan. Mathematisch gezien is het de strategie waarmee je het allersnelste op je bestemming aankomt, ofschoon het niet de comfortabelste is. Plankgas in Zen is mediteren, mediteren en nog eens mediteren: in de trein, op vakantie in de Franse rotsen, tijdens intensieve retraîtes.

Hollen hou je niet vol. Volop mediterend slaagde ik tot mijn grote verbazing met glans voor de auditie van het Nederlands Studenten Orkest 2002, na jaren van vruchteloze pogingen. NSO betekent de hele maand januari weg: repeteren, op tournee door Nederland, en tot slot een afsluitingsconcert in Carnegie Hall, in het net door terroristen ontdane New York. Het was een breekpunt. Na 9 uur per dag repeteren (vooral op een stoel zitten en rusten uittellen), heb je weinig zin meer om daarna nog op een kussentje te gaan zitten en ademhalingen te tellen.

Vanwaar deze blogpost?

Ik ben via een enthousiaste groupie in aanraking gekomen met Choro, een instrumentale, oudere vorm van Samba. Een hoorn is een interessante variatie op de geëikte fluit/gitaar/tamboerijn bezettingen, dus mijn deelname aan een jamsessie leverde enthousiaste reacties op. Ik heb me daarom kordaat tot doel gesteld een volbloed Choro-speler te worden. Een onbereikbaar doel, maar het houdt je van de straat. Zen is hier de perfecte training, niet zozeer om existentiele dilemma's van onbereikbare doelen onder ogen te zien, maar vooral omdat meditatie de correcte ademhaling voor koperblaasinstrumenten oefent.


Zen e a Arte de tocar Chorinho

Toda terça-feira, eu saio do meu apartamento por volta do meio-dia, numa peregrinação de 300m até meu trabalho, andando sob um solzinho agradável. Minha faxineira sempre me diz "Vai com Deus". A traseira dos caminhões aqui não sinaliza a velocidade permitida, mas proclama: Jesus é Fiel. Em cada esquina tem igrejas evangélicas tentando ganhar almazinhas, com grito, brilho ou swing. O Brasil é um país religioso.

Quando era pequeno, eu, ao contrário de meus coleguinhas, podia ver tudo na TV: novela, filmes dramáticos, thrillers. As cenas impróprias (violência bruta, sexo), a minha mãe censurava cobrindo meus olhos. Essa educação liberal tinha uma exceção. Cada vez que começava um programa da EO (Emissora evangélica da Holanda, umas das públicas), o meu pai resolutamente desligava a TV, nos proibindo categoricamente de assistir qualquer programa que fosse da EO. Ele tinha razão, pois os apresentadores loiros da EO, que pulavam em cima de crianças desavisadas com voz pegajosa falando de Jesus e Deus, pareciam muito com pedófilos.

Assim eu cresci um ateu, sem nenhuma filosofia específica de vida, com o conceito de que Deus era um pecado proibido.

Era o verão de 2000, e participava de um curso de Jazz na Toscana (Itália). Eu, com a minha trompa, era uma presença interessante na turma padrão de saxofonistas, trompetistas e guitarristas. O curso aconteceu numa fazenda do século XVI, onde toda noite os bichinhos no teto faziam descer um véu de pó de madeira. Depois de dois dias, uma gripe danada me pegou. A fazenda também recebia grupos de hóspedes mais espiritualizadas, e assim, a única diversão na casa era uma pilha da "Tricycle - The Buddhist Review", uma revista Americana sobre assuntos Budistas. Na tranquilidade da cama de enfermo cercado pela paisagem toscana, os artigos tocavam cordas escondidas na minha alma. De volta à Holanda, me matriculei num curso de Zen com "Zen onder de Dom" (Zen sob a Torre) um grupo de Zenistas da cidade com a torre, Utrecht.

O Zen se encontra com Feng-Shui nas revistas populares, ambos descritos como estilos de design de interiores. Na verdade, Zen é uma versão de Budismo, uma religião ou filosofia de vida, que pretende libertar as pessoas do sofrimento que é inerente à vida. Parece edificante, mas a prática é mais pé-no-chão. Literalmente, pois Zen é a versão japonesa da palavra "Chan" (concentração), e o treinamento Zen é se sentar no chão e meditar. Cada dia de novo ficar em posição de lótus atento à respiração. Nesses minutos, a sua percepção coerente do mundo, dos sons, dos pensamentos, se desfaz em eventos soltos num fluxo infinito de tempo.

A prática Zen te deixa muito tranquilo e determinado, mas não se chama treinamento sem razão. Dói pra caramba; 40 minutos sentado quieto te deixa com pés dormentes, músculos esticados demais e joelhos doendo. No fim dos 40 minutos, ficar atento à respiração é o unico jeito de aguentar a dor. O meu corpo não foi feito para ficar quieto.

Budismo é uma filosofia da vida que reduz o sofrimento até uma verdade simples. A causa do sofrimento é o desejo, então para se livrar do sofrimento, é preciso se desprender desse desejo. É uma religião que não se baseia em pais grisalhos morando nas nuvens ou homens pelados que terminam pendurados em ferramentas de tortura, mas que analisa a condição humana com lógica. Eu me apaixonei na hora, e fui pego por uma pressa evangélica de compartilhar essa boa nova com todos meus amigos, sem dúvida enchendo o saco deles.

O fim do sofrimento é uma idéia traidora. Não é uma morfina espiritual que tira os fardos da vida. Os fardos são parte da vida. Para uma criança chorando rios por causa da morte do coelhinho querido, não se fala "você se amarrou demais nele". O coelhinho deve voltar da morte e nessa hora mesmo. Viver essa tristeza intensa, batendo com os pés no chão, isso é Zen.

Um elemento do Zen é o Koan, um enigma paradoxal, utilizado para o aluno quebrar a cabeça, guiado por seu mestre. Literalmente, porque os Koans não tem uma resolução racional; o objetivo é quebrar a tendência a pensar racionalmente sobre questões da vida como se fosse possível enxergá-los separados de nós. Um Koan famoso é: "Você conhece o som de duas palmas se batendo. Qual é o som de uma palma se batendo?" Todas as questões importantes -vida, amor, morte- são Koans: você não tem certeza sobre nada, e o único jeito é seguir seu coração, por mais difícil que isso possa ser.

O meu Koan na época era uma menina que eu achava incompreensivelmente legal; era impossível aceitar que ela não quisesse ficar comigo. Foi uma luta diária na minha cabeça entre lembrar e viver de novo os sentimentos que ninguém antes havia libertado em mim, e parar de alimentá-los porque nunca me levariam a nada. Parecia que a felicidade estava em dois lugares distintos, ambos diferentes de onde eu estava.

A religião nunca dá uma resposta direta, mas derruba os fundamentos que deixam a pergunta sofrida. Do nada, um dia você se sente libertado no meio da luta: percebe que já é aceito completamente, inclusive todas as idéias contraditórias, contraprodutivas ou idiotamente bobas que você tenha. Você sempre é 100% você mesmo, mesmo quando está desesperadamente tentando ser alguém diferente.

Essa revelação -se merece uma palavra tão grandiosa- é bonita, mas não adianta muito. Felizmente, a menina em questão tinha uma atitude mais prática, e era diretíssima. Ela me deu uma cesta básica de um encontro a cada dois meses, para sustentar nossa amizade sem deixar espaço para qualquer duvida romântica. Ela morava longe, e foi antes da época do Orkut, Twitter e Facebook, assim foi fácil deixar a minha paixão reduzir-se a cinzas controladamente em meio ano.

Eu dirijo a minha vida pelos princípios do Bang-bang control. É uma estratégia de controle de sistemas, na qual só se usa os ajustes extremos dos controles: é dirigir o carro só com o acelerador no piso ou o freio no piso. Correr ou ficar parado. No senso matemático, é a estratégia que leva você ao seu destino o mais rápido possível, mesmo que não seja da maneira mais confortável. No caso do Zen, acelerador no piso é meditar, meditar e meditar mais: meditar no trem, meditar de férias nas pedras francesas, meditar durante retiros espirituais.

Ninguém aguenta correr sempre. Meditando todos os dias, eu me surpreendi passando na audição da Orquestra Nacional de Estudantes 2002 (NSO) com brilho, depois de anos tentando sem frutos. A NSO dura o mês de janeiro inteiro: ensaios, uma turnê pela Holanda e nesse ano um concerto saideira no famoso Carnegie Hall na Nova Iorque recentemente atingida pelos ataques terroristas. Foi o momento em que quebrei. Depois de 9 horas de ensaios por dia (principalmente: ficar quieto sentado numa cadeira contando compassos) não me sobrou mais vontade para me sentar num travesseiro e contar respirações.

Por que este post?

Através de uma tiete eu conheci o Chorinho, essa forma mais velha do samba instrumental. A trompa é uma presença interessante no conjunto padrão de violão/cavaquino/pandeiro, então a minha canja numa roda de choro rendeu reações entusiasmadas. Por isso eu resolutamente decidi virar chorão fluente. Uma meta inatingível, mas me tira das ruas. Nisso, Zen é o treinamento perfeito, não tanto para encarar os dilemas existentialistas de metas inatingíveis, mas principalmente porque meditação desenvolve a respiração correta pra tocar sopros bem.

Graças a Ursula, Cyntia e Elen pela ajuda com o português.