Thursday, August 13, 2009

Zen de Kunst van Chorinho spelen/Zen e a Arte de tocar Chorinho


Zen de Kunst van Chorinho spelen
(português em baixo)

Elke dinsdag verlaat ik tegen twaalven mijn apartement voor de dagelijkse pelgrimstocht van 300m naar mijn werk, wandelend in een aangenaam zonnetje. Mijn werkster wenst me steevast toe "Vai com Deus" (ga met god). De achterkant van vrachtwagens hier meldt niet de maximumsnelheid, maar proclameert: Jesus é fiel (Jezus is trouw). Op iedere straathoek zijn er evangelische kerken die schreeuwend, swingend of glitterend zieltjes proberen te winnen. Brazilië is een religieus land.

Vroeger mocht ik, in tegenstelling tot klasgenootjes, bijna alles zien op TV: soap-series, serieuze films, thrillers. Bij gewaagde scenes (bruut geweld, sex) censureerde mijn moeder door mijn ogen te bedekken. Voor deze liberale houding was een uitzondering: telkens als er een EO-programma op kwam, zette mijn vader resoluut de TV uit, ons categorisch verbiedend welk EO-programma dan ook te kijken. Niet zonder reden, want de blonde EO-presentatoren die met kleffe stem nietsvermoedende kinderen besprongen met Jezus en God hadden het meest weg van kinderlokkers.

Zo groeide ik op tot atheïst, zonder noemenswaardige levensbeschouwing, met het idee dat God een verboden zonde was.

Het was zomer 2000, en ik deed mee aan een cursus Jazz in Toscane. Met mijn hoorn was ik een interessante variatie op de geëikte horde van saxofoon-, trompet- en gitaarspelers. De cursus vond plaats een in een 16e-eeuwse Toscaanse boerderij, waar al eeuwen iedere avond de houtwormen een dunne sluier van zaagsel uit plafond lieten neerdwalen. Na twee dagen sloeg een gemene griep toe. De boerderij werd ook aan spiritueler ingestelde gasten verhuurd, en zodoende was de enige afleiding een forse stapel van de Tricycle, een Amerikaanse tijdschrift over boeddhistische onderwerpen. In de rust van het ziekbed tussen de Toscaanse heuvels raakten de artikelen onvermoede snaren, en weer terug in Nederland, schreef ik me in voor een cursus bij Zen onder de Dom, een groep Zen-beoefenaars in Utrecht.

Zen treedt, samen met Fong-Shui, in de glossy tijdschriften aan als filosofie om je eetkamer in te richten. In werkelijkheid is het een variant van boeddhisme, een levensbeschouwing die mensen tracht te bevrijden van het lijden dat inherent is aan het leven. Dat klinkt mooi en verheffend, maar de werkelijk is laag-bij-de-grondser. Letterlijk, want Zen is Japans voor het Chinese Ch'an, "concentratie". De praktijk van Zen-training is op de grond zitten en mediteren: iedere dag weer met gevouwen knieën op een kussentje je concentreren op je ademhaling. Tijdens die minuten valt je coherente perceptie van de wereld, geluiden, en gedachten uitelkaar tot losse gebeurtenissen in eindeloos voortstromen van de tijd.

Je wordt er heel kalm en vastbesloten van, maar het heet niet voor niets training. Het doet ook verdomde zeer. Van 40 minuten stilzitten krijg je slapende voeten, uitgerekte beenspieren en zere knieën. Tegen het einde van de 40 minuten is concentreren op ademhaling de enige manier om de pijn te harden. Mijn lichaam is niet gemaakt voor de stilzitten.

Boeddhisme is een levensbeschouwing die lijden traceert tot een simpele waarheid: lijden wordt veroorzaakt door begeerte, dus om er vanaf te komen moet je onthechten van je begeertes. Het is een levensfilosofie die geen beroep doet op grijze vaders die in de wolken wonen of naakte mannen die eindigen aan martelwerktuigen, maar oorzaak van de menselijke conditie logisch analyseert. Ik was op slag verliefd, en werd bevangen door een evangelische drang mijn kennissen en vrienden te laten delen in de blijde boodschap, dit ongetwijfeld tot hun frustratie.

Het einde van lijden is een verraderlijk idee. Het is niet een spirituele morfine die iedere scherpe rand van het bestaan afrondt. De scherpe randen horen bij het leven: tegen een kind dat tranen met tuiten huilt om haar gestorven lievelingskonijntje, zeg je niet "Ach, je hebt je teveel gehecht." Het konijntje moet terug, en wel direct. Stampvoetend dat intense verdriet doormaken, dat is Zen.

Een element van Zen is de Koan, een paradoxale puzzel, waar je onder begeleiding van de meester je hoofd over kan breken. Letterlijk, want Koans hebben geen rationele oplossing, en de bedoeling is juist te breken met de neiging levenskwesties rationeel te benaderen alsof je ze los van jezelf zou kunnen zien. Een beroemde Koan is: "Je kent het geluid van twee handen die klappen. Wat is het geluid van één hand die klapt?"

Alle belangrijke kwesties -leven, liefde, dood- zijn Koans: je hebt over niets zekerheid, en uiteindelijk kan je alleen je hart volgen, hoe moeilijk dat ook kan zijn.

Mijn persoonlijke Koan toentertijd was een meisje dat ik zo onbegrijpelijk leuk vond, dat het onmogelijk was te accepteren dat ze mij niet wilde. Het was een dagelijkse strijd in mijn hoofd tussen het herleven van gevoelens die nooit eerder iemand bij me had losgemaakt, en stoppen met voeden van die gevoelens omdat ze nergens toe zouden leiden. Dat het geluk zich bevindt op twee verschillende plekken, allebei ver weg van waar je staat.

Religie beantwoordt zulke vragen niet, maar slaat de onderliggende fundamentele twijfels weg. Uit het niets ervaar je je op een dag temidden van de strijd bevrijd: je bent al volledig geaccepteerd, inclusief alle tegenstrijdige, contraproductieve en domweg idiote ideeen die je ook mag hebben. Je bent 100% jezelf zelfs op de momenten dat je wanhopig iemand anders probeert te zijn.

Zo'n verlichtingservaring -voorzover het die naam waard is- is mooi, maar je schiet er weinig mee op. Gelukkig had het meisje in kwestie een praktischere instelling, en was ze onsterfelijk direct. Ze stelde me op een strikt rantsoen van 1 ontmoeting per 2 maanden om onze vriendschap in stand te houden, zonder ruimte te laten voor misverstanden. Ze woonde ver weg, en dit was voor de tijd van Hyves, Twitter en Facebook, dus het was makkelijk mijn verliefdheid in een half jaar gecontroleerd te laten uitbranden.

Ik bestuur mijn leven volgens de principes van bang-bang control. Bang-bang control is een besturingsstrategie voor systemen, waarbij alleen de uiterste standen van regelaar worden gebruikt. Autorijden met alleen òf plankgas, òf vol op de rem. Hollen of stilstaan. Mathematisch gezien is het de strategie waarmee je het allersnelste op je bestemming aankomt, ofschoon het niet de comfortabelste is. Plankgas in Zen is mediteren, mediteren en nog eens mediteren: in de trein, op vakantie in de Franse rotsen, tijdens intensieve retraîtes.

Hollen hou je niet vol. Volop mediterend slaagde ik tot mijn grote verbazing met glans voor de auditie van het Nederlands Studenten Orkest 2002, na jaren van vruchteloze pogingen. NSO betekent de hele maand januari weg: repeteren, op tournee door Nederland, en tot slot een afsluitingsconcert in Carnegie Hall, in het net door terroristen ontdane New York. Het was een breekpunt. Na 9 uur per dag repeteren (vooral op een stoel zitten en rusten uittellen), heb je weinig zin meer om daarna nog op een kussentje te gaan zitten en ademhalingen te tellen.

Vanwaar deze blogpost?

Ik ben via een enthousiaste groupie in aanraking gekomen met Choro, een instrumentale, oudere vorm van Samba. Een hoorn is een interessante variatie op de geëikte fluit/gitaar/tamboerijn bezettingen, dus mijn deelname aan een jamsessie leverde enthousiaste reacties op. Ik heb me daarom kordaat tot doel gesteld een volbloed Choro-speler te worden. Een onbereikbaar doel, maar het houdt je van de straat. Zen is hier de perfecte training, niet zozeer om existentiele dilemma's van onbereikbare doelen onder ogen te zien, maar vooral omdat meditatie de correcte ademhaling voor koperblaasinstrumenten oefent.


Zen e a Arte de tocar Chorinho

Toda terça-feira, eu saio do meu apartamento por volta do meio-dia, numa peregrinação de 300m até meu trabalho, andando sob um solzinho agradável. Minha faxineira sempre me diz "Vai com Deus". A traseira dos caminhões aqui não sinaliza a velocidade permitida, mas proclama: Jesus é Fiel. Em cada esquina tem igrejas evangélicas tentando ganhar almazinhas, com grito, brilho ou swing. O Brasil é um país religioso.

Quando era pequeno, eu, ao contrário de meus coleguinhas, podia ver tudo na TV: novela, filmes dramáticos, thrillers. As cenas impróprias (violência bruta, sexo), a minha mãe censurava cobrindo meus olhos. Essa educação liberal tinha uma exceção. Cada vez que começava um programa da EO (Emissora evangélica da Holanda, umas das públicas), o meu pai resolutamente desligava a TV, nos proibindo categoricamente de assistir qualquer programa que fosse da EO. Ele tinha razão, pois os apresentadores loiros da EO, que pulavam em cima de crianças desavisadas com voz pegajosa falando de Jesus e Deus, pareciam muito com pedófilos.

Assim eu cresci um ateu, sem nenhuma filosofia específica de vida, com o conceito de que Deus era um pecado proibido.

Era o verão de 2000, e participava de um curso de Jazz na Toscana (Itália). Eu, com a minha trompa, era uma presença interessante na turma padrão de saxofonistas, trompetistas e guitarristas. O curso aconteceu numa fazenda do século XVI, onde toda noite os bichinhos no teto faziam descer um véu de pó de madeira. Depois de dois dias, uma gripe danada me pegou. A fazenda também recebia grupos de hóspedes mais espiritualizadas, e assim, a única diversão na casa era uma pilha da "Tricycle - The Buddhist Review", uma revista Americana sobre assuntos Budistas. Na tranquilidade da cama de enfermo cercado pela paisagem toscana, os artigos tocavam cordas escondidas na minha alma. De volta à Holanda, me matriculei num curso de Zen com "Zen onder de Dom" (Zen sob a Torre) um grupo de Zenistas da cidade com a torre, Utrecht.

O Zen se encontra com Feng-Shui nas revistas populares, ambos descritos como estilos de design de interiores. Na verdade, Zen é uma versão de Budismo, uma religião ou filosofia de vida, que pretende libertar as pessoas do sofrimento que é inerente à vida. Parece edificante, mas a prática é mais pé-no-chão. Literalmente, pois Zen é a versão japonesa da palavra "Chan" (concentração), e o treinamento Zen é se sentar no chão e meditar. Cada dia de novo ficar em posição de lótus atento à respiração. Nesses minutos, a sua percepção coerente do mundo, dos sons, dos pensamentos, se desfaz em eventos soltos num fluxo infinito de tempo.

A prática Zen te deixa muito tranquilo e determinado, mas não se chama treinamento sem razão. Dói pra caramba; 40 minutos sentado quieto te deixa com pés dormentes, músculos esticados demais e joelhos doendo. No fim dos 40 minutos, ficar atento à respiração é o unico jeito de aguentar a dor. O meu corpo não foi feito para ficar quieto.

Budismo é uma filosofia da vida que reduz o sofrimento até uma verdade simples. A causa do sofrimento é o desejo, então para se livrar do sofrimento, é preciso se desprender desse desejo. É uma religião que não se baseia em pais grisalhos morando nas nuvens ou homens pelados que terminam pendurados em ferramentas de tortura, mas que analisa a condição humana com lógica. Eu me apaixonei na hora, e fui pego por uma pressa evangélica de compartilhar essa boa nova com todos meus amigos, sem dúvida enchendo o saco deles.

O fim do sofrimento é uma idéia traidora. Não é uma morfina espiritual que tira os fardos da vida. Os fardos são parte da vida. Para uma criança chorando rios por causa da morte do coelhinho querido, não se fala "você se amarrou demais nele". O coelhinho deve voltar da morte e nessa hora mesmo. Viver essa tristeza intensa, batendo com os pés no chão, isso é Zen.

Um elemento do Zen é o Koan, um enigma paradoxal, utilizado para o aluno quebrar a cabeça, guiado por seu mestre. Literalmente, porque os Koans não tem uma resolução racional; o objetivo é quebrar a tendência a pensar racionalmente sobre questões da vida como se fosse possível enxergá-los separados de nós. Um Koan famoso é: "Você conhece o som de duas palmas se batendo. Qual é o som de uma palma se batendo?" Todas as questões importantes -vida, amor, morte- são Koans: você não tem certeza sobre nada, e o único jeito é seguir seu coração, por mais difícil que isso possa ser.

O meu Koan na época era uma menina que eu achava incompreensivelmente legal; era impossível aceitar que ela não quisesse ficar comigo. Foi uma luta diária na minha cabeça entre lembrar e viver de novo os sentimentos que ninguém antes havia libertado em mim, e parar de alimentá-los porque nunca me levariam a nada. Parecia que a felicidade estava em dois lugares distintos, ambos diferentes de onde eu estava.

A religião nunca dá uma resposta direta, mas derruba os fundamentos que deixam a pergunta sofrida. Do nada, um dia você se sente libertado no meio da luta: percebe que já é aceito completamente, inclusive todas as idéias contraditórias, contraprodutivas ou idiotamente bobas que você tenha. Você sempre é 100% você mesmo, mesmo quando está desesperadamente tentando ser alguém diferente.

Essa revelação -se merece uma palavra tão grandiosa- é bonita, mas não adianta muito. Felizmente, a menina em questão tinha uma atitude mais prática, e era diretíssima. Ela me deu uma cesta básica de um encontro a cada dois meses, para sustentar nossa amizade sem deixar espaço para qualquer duvida romântica. Ela morava longe, e foi antes da época do Orkut, Twitter e Facebook, assim foi fácil deixar a minha paixão reduzir-se a cinzas controladamente em meio ano.

Eu dirijo a minha vida pelos princípios do Bang-bang control. É uma estratégia de controle de sistemas, na qual só se usa os ajustes extremos dos controles: é dirigir o carro só com o acelerador no piso ou o freio no piso. Correr ou ficar parado. No senso matemático, é a estratégia que leva você ao seu destino o mais rápido possível, mesmo que não seja da maneira mais confortável. No caso do Zen, acelerador no piso é meditar, meditar e meditar mais: meditar no trem, meditar de férias nas pedras francesas, meditar durante retiros espirituais.

Ninguém aguenta correr sempre. Meditando todos os dias, eu me surpreendi passando na audição da Orquestra Nacional de Estudantes 2002 (NSO) com brilho, depois de anos tentando sem frutos. A NSO dura o mês de janeiro inteiro: ensaios, uma turnê pela Holanda e nesse ano um concerto saideira no famoso Carnegie Hall na Nova Iorque recentemente atingida pelos ataques terroristas. Foi o momento em que quebrei. Depois de 9 horas de ensaios por dia (principalmente: ficar quieto sentado numa cadeira contando compassos) não me sobrou mais vontade para me sentar num travesseiro e contar respirações.

Por que este post?

Através de uma tiete eu conheci o Chorinho, essa forma mais velha do samba instrumental. A trompa é uma presença interessante no conjunto padrão de violão/cavaquino/pandeiro, então a minha canja numa roda de choro rendeu reações entusiasmadas. Por isso eu resolutamente decidi virar chorão fluente. Uma meta inatingível, mas me tira das ruas. Nisso, Zen é o treinamento perfeito, não tanto para encarar os dilemas existentialistas de metas inatingíveis, mas principalmente porque meditação desenvolve a respiração correta pra tocar sopros bem.

Graças a Ursula, Cyntia e Elen pela ajuda com o português.


1 comment:

Sofia said...

Oi Han-Wen! Desculpa se por acaso invadi seu blog, é que com o google e seu nome bastante único foi bem fácil achar! (rsrs) Eu também sou blogeira, então você pode retribuir a visita. Você está de parabéns, escreve MUITO bem. O conteúdo aqui tem potencial para virar livro, viu. Um grande abraço e espero te encontrar em breve.
Sofia.